Voor Vertellers‎ > ‎

uitspraak van het Latijn

(december 2012)

Zoals beloofd in mijn stuk over Griekse namen, nu een stuk over de uitspraak van het Latijn. Er zijn aanmerkelijk minder Latijnse mythen dan Griekse, aangezien de Romeinen heel veel van hun verhalengoed hebben overgenomen van de Grieken, maar Latijnse woorden komen regelmatig voor, zeker in Kerstverhalen. Gloria in excelsis Deo en Venite adoremus, zal ik maar zeggen.

We moeten onderscheid maken tussen drie “soorten” Latijn. Als je kinderen op een Gymnasium hebt, heb je ze misschien een heel andere uitspraak horen bezigen van het Latijn, dan je zelf ooit hebt geleerd of dan je uit de kerk kent. Tegenwoordig kiezen we ervoor om het klassiek Latijn uit te spreken volgens een wetenschappelijk gereconstrueerde uitspraak, die op een paar punten sterk verschilt van de “kerklatijnse” uitspraak die in het Nederlands gebruikelijk is geworden. Naast de klassieke uitspraak en de kerklatijnse uitspraak is er nog een derde, de wat vereenvoudigde en soms slordige gemoderniseerde uitspraak.

Ik bespreek de drie soorten Latijn door enkele belangrijke verschillen aan de hand van voorbeelden te behandelen. Aan het eind volgt een uitspraakschema.

1. Caesar en Cicero

In de Oudheid zeiden de Romeinen (in elk geval de sjieke…) [KAI-sar]. Met die uitspraak is het ook logisch dat dat woord de oorsprong is voor ons woord “keizer”. Al in de loop van de Oudheid treden er twee belangrijke veranderingen op: de c verandert als hij voor een ae, oe, e of i komt langzaam. Het wordt eerst een [kj], later een [tj], een [tsj], een [ts] en tenslotte een [s]. De -ae- verandert van [ai] in [ee]. En daarom zeggen we in het dagelijks gebruik nu meestal [SEE-sar]. Daarom is het ook de oorsprong van het woord “tsaar”. Vergelijkbaar is de naam van redenaar en filosoof Cicero. In de Oudheid [KIE-kuh-roo], nu vaak [SIE-suh-roo] of [TSIE-tsuh-roo]. Vandaar ook de uitspraak [eks-SEL-sies] of (netter) [eks-SJEL-sies] of zelfs [eks-TSJEL-sies] van het woord excelsis. Liever niet [eks-SJEL-sjies].

Voor een medeklinker, a of o blijft een c altijd een [k]. Dus Claudius is [KLAU-die-oes] en Columella is [koo-loe-MEL-laa].

2. Tiberius

Latijnse klinkers in open lettergrepen en in (gesloten) slotlettergrepen worden lang uitgesproken. Dus [tie-BEE-rie-oes].  In de Oudheid is de u altijd een [oe], maar in de gemoderniseerde uitspraak nemen we dat niet zo nauw. Dus [tie-BEE-rie-uhs] of [KLAU-die-uhs] mogen ook.

3. caelum of coelum

In de Oudheid wordt oe altijd uitgesproken als [oi]. Net als de ae verandert die langzaam in [ee], waardoor de klank van oe en ae gelijk wordt. Daardoor vind je voor het woord “hemel” zowel de spelling caelum (klassiek: [KAI-loem], later [TSJEE-loem]) als coelum (klassiek: [KOI-loem], later [TSJEE-loem]).

4. Creusa

De lettercombinatie eu is in het Latijn, in tegenstelling tot het Grieks, meestal geen tweeklank. Je vindt dus ook wel de spelling Creüsa om dat duidelijk te maken. Uitspraak is dus [kree-OE-saa]. In sommige leenwoorden uit het Grieks vind je nog wel eens de uitspraak [ui].

5. Pompeius en Iulius

De lettercombinatie ei is in het Latijn nooit een echte tweeklank [ij]. Je zegt dus [pom-PEE-jus]. De i is zowel de medeklinker [j] als de klinker [ie]. Tussen twee klinkers of aan het begin van een woord voor een klinker is het een [j], in de andere situaties een [ie]. Iulius (ook wel gespeld als Julius) spreek je dus uit als [JOE-lie-oes]. In de wat slordige vernederlandste uitspraak zeg je overigens ook wel [JUU-lie-uhs].

Pas op voor buitenlandse spellingen en uitspraken wanneer je op deze namen googlet of I, Claudius kijkt. Pompeius heet in Engelstalige bronnen bijvoorbeeld Pompey [POM-pie], Julius Caesar [DZJOE-lie-uhs SIE-suhr] en Marcus Antonius heet Marc Anthony. Via Wikipedia is de juiste versie wel te achterhalen.

6. Gloria

De g wordt altijd uitgesproken als in het Engels “good” of Frans “garçon”.

 

Het is dus verstandig om een keuze te maken. Ofwel je kiest voor de gemoderniseerde uitspraak en zegt [SEE-sar] en [SIE-suh-roo] of voor de klassieke met [KAI-sar] en [KIE-kuh-roo]. Voor klassieke verhalen vind ik de klassieke uitspraak logischer, al is vaak de gemoderniseerde uitspraak herkenbaarder voor het publiek.

Bij bijvoorbeeld bij heiligenlevens of Middeleeuwse legenden ligt het meer voor de hand om de kerklatijnse uitspraak te kiezen. Zo zou je de heilige Lucia uit kunnen spreken als [LOE-kie-aa], [LOE-sie-aa] of [LUU-sie-aa]. De eerste is klassiek, de tweede kerkelijk en de derde gemoderniseerd. Voor alledrie is wat te zeggen, maar de laatste is het meest herkenbaar en dat is misschien wel het beste argument voor een verteller.

 

In schema:

De volgende letters en lettercombinaties worden door de hele geschiedenis van het Latijn hetzelfde uitgesproken als in het Nederlands:

b, d, f, h, l, m, n, p, r, s, t, v, x, y, z

au

 

De volgende letters worden anders uitgesproken dan in het Nederlands:

letter

klassiek

kerk

gemoderniseerd

a

aa, soms a

a of aa

a of aa

c

k

tsj of ts, soms s

sj of s

e

ee, soms e of uh

ee, soms e of uh

ee, soms e of uh

g

Engels [good]

Engels [good]

Nederlands [goed]

i

ie of j

ie of j

ie of j

o

oo, soms o

o of oo

o of oo

qu

kw

kw

kw

u

oe

oe

uu, soms uh

ae

ai

ee

ee

oe

oi

ee

ee

eu

ee-oe, soms ui

ee-oe soms ui

ee-oe soms ui

 

Heb je vragen over deze of andere klassieke namen, ook uit de Keltische, Noordse of Egyptische mythologie of uit de Bijbel, stel ze mij. Ik geef heel graag antwoord! Mail naar verteller.paul@gmail.com of kijk op www.vertellerpaul.nl.

 

Comments